Heilige Evermarus: wie is hij eigenlijk?

 

Volgens een door monniken opgetekend levensverhaal uit de twaalfde eeuw was Evermarus een Friese edelman.  

Hij zou zeer godvruchtig geleefd hebben en trok tegen het einde van de zevende eeuw van uit Friesland in gezelschap van zeven mannen op pelgrimstocht naar Compostella.

 

Tijdens hun terugtocht deden zij verschillende plaatsen aan waar heiligen vereerd werden.  Zo paseerden zij ondermeer in Péronne (Sint Fursey en Ultan) Fosses (Sint Foilan), Stavelot (Sint Remaclus) Sint-Truiden (Sint Trudo) en Nijvel (Sint Geertruid).

Op hun verdere tocht naar het graf van Sint Servatius in Maastricht werd het gezelschap onderschept en vermoord door de beruchte struikrover Hacco van Herstappe en zijn trawanten.

 

Dit zou zich hebben afgespeeld rond het jaar 690.

 

Later werden de dode lichamen tijdens een jachtpartij in de bossen aangetroffen door edelen van het gezelschap van Pepijn van Herstal,  die van 674 tot 714 over Austrasië, de streek waar Rutten toe behoorde, geregeerd heeft. .

 

In 968  kreeg de toenmalige pastoor van Rutten, Ruzelinus tot drie maal toe een goddelijke ingeving. Daarop liet hij op de plaats die hem was aangewezen, de stoffelijke resten opgraven.

Kort daarop werden de stoffelijke resten door bisschop Heraclius (Eraclus  / Everaclus, bisschop van  Luik van 959 tot 971) overgebracht naar de St.Martinuskerk te Rutten en had de verheffing plaats.
(verheffing is vergelijkbaar met wat tegenwoordig  canonisatie of heiligverklaring genoemd wordt.)